skip to Main Content
Menu

Na de nationale dodenherdenking van 4 mei, Geeft de internationale pers dit weekend de meeste bekendheid aan het bezoek van Bush, dat zondag op de Amerikaanse militaire begraafplaats in Margraten Zuid-Limburg plaatvindt. Op het kerkhof zijn ruim 8300 Amerikanen begraven, waaronder ook gesneuvelde soldaten uit de gevechten in onze eigen regio. Een deel van de geschiedenis van deze begraafplaats waar minder bekendheid aan is gegeven, is de betrokkenheid van de bevolking van Margraten bij het ereveld.

Een deel van de 8301 grafstenen op de begraafplaats. een grafsteen met een Davidster voor degene die het Joodse geloof beleden en een Latijns kruis voor alle anderen, zijn geordend in parallel lopende bogen die zich uitstrekken langs de brede gazons.

 

Iets meer dan 60 jaar geleden was de stijlvol ingerichte Amerikaanse Militaire Begraafplaats van nu, namelijk niet meer dan een modderige akker in het Limburgse landschap. In dit deel van oorlog en bevrijding, een samenvatting met wat vooraf ging aan deze dodenherdenking in 2005.  De begraafplaats in Margraten is aangelegd onder de miserabelste weersomstandigheden die men zich kan voorstellen. In de natte herfst van 1944 liepen de grafkuilen onder water en in de daarop volgende ijzige winter, de koudste in Europa sinds 30 jaar, braken de schoppen af op de keiharde bevroren grond.

De kapel bevindt zich in de toren. Binnen is het plafond 15½ meter hoog. De plafondverlichting is een geschenk van het Nederlandse volk en bestaat uit een koningskroon omringd door kleine lichten die refereren naar het firmament.

 

De oorlog was nog in volle gang toen eind oktober van dat jaar de eerste spade in de grond ging langs de weg Maastricht-Vaals-Aken. Terwijl de Amerikaanse legervoertuigen in lange colonnes richting Duitsland rolden, ploeterden kleurlingen in legeroveralls in de vette Limburgse löss. De grond plakte aan hun schoenen. Regen en mist doorweekten hun kleren. Trieste, donkere gestalten, bezig aan een slavenkarwei in een druilerig land. Ver van hun zonnige woonplaatsen in de zuidelijke staten van Amerika. Bij de stripping-line, de plaats waar de gesneuvelde soldaten werden ontdaan van hun persoonlijke bezittingen, stapelden de lijken zich op. Vaak was de stank ondraaglijk, vooral bij de gesneuvelden die al eerder provisorisch begraven waren geweest in vijandelijke grond. Op de eerste dag moesten heel wat nieuwbakken grafdelvers brakend naar de latrines rennen. De aanblik van de gruwelijk verminkte lichamen, soms in verregaande staat van ontbinding, was te veel voor hen. Men zat immers vlak bij het front! Het 611e moest aan de oostkant van de stad een groot kerkhof aanleggen voor het 9e Amerikaanse leger, dat zich voorbereidde op de aanval op het Duitse Ruhrgebied. De volgende dag gingen zij aan het werk onder een helse paraplu van granaten die de artilleristen over hen heen vuurden om de Duitsers op een afstand te houden. Toen de genie met bulldozers een weg kwam aanleggen voor de grafdelverscompagnie, dachten de Duitsers dat de Amerikanen een groot offensief met tanks voorbereidden en begonnen hen fanatiek met 88mm-granaten te bestoken.

In de muren aan de noord en zuidkant van het ereplein, staan de namen van 1722 vermisten van de land-en luchtstrijdkrachten. Het zijn slachtoffers uit alle staten van Noord-Amerika die niet gevonden of geïdentificeerd konden worden.

 

Dat werd zelfs Shomon teveel en hij blies de aftocht. Samen met zijn secondant, luitenant Doyle Jensen ging hij op zoek naar een andere, veiliger plaats. Uiteindelijk viel hun keus op het gebied tussen Margraten en Cadier en Keer. Langs de weg lagen boomgaarden en weilanden, waarvan er een nog korte tijd had gediend als landingsstrip voor verkenningsvliegtuigen van de Amerikanen. Daarachter strekten zich akkers uit met bieten en aardappelen en stoppelvelden waarop twee maanden tevoren het laatste koren was geoogst.

De bronzen beeldengroep staat voor de toren aan de oostkant van het ereplein. het treurende gestalte met duiven en de nieuwe scheut aan de door oorlog vernietigde boom werd toepasselijk omschreven met de inscriptie op de stenen basis: “New life from war’s destruction proclaims man’s immortality and hope for peace…”

Een boerenzoon (Jef van Laar) die nog zwak protesteerde dat uitgerekend hier de beste landbouwgrond lag, kreeg van Shonon te horen: Listen Joe, the best soil is not good enough (voor onze gesneuvelde jongens is de beste grond nog niet goed genoeg).
Met hun drieën sloegen ze aan het graven. Toen ze op een meter diepte nog altijd goede vette klei vonden, waar geen steen in zat, riep Shomon: “Excellent!” En daarmee was de beslissing genomen.
De gedupeerde boeren kregen via een briefje van het militair gezag te horen dat de schadeloosstelling later via de Nederlandse instanties zou worden geregeld. Die kwam neer op het toen al minimale bedrag van drie kwartjes per vierkante meter …
Het kleine Margraten werd nu garnizoensplaats voor de militaire doodgravers, waarvan de hoofdmoot bestond uit de negersoldaten van de 3136th Quartermaster Service Company onder commando van de (blanke) kapitein Abar. Het detachement bestond uit zo’n 250 manschappen en officieren.
Begin november 1944 begon het eigenlijke werk in het veld. De zwarte soldaten kregen de nederigste baantjes toebedeeld: het delven van de graven en het vervoer van de gesneuvelden, die met vrachtwagens tegelijk van het Duitse front kwamen. Ze moesten de doden uit de trucks tillen en in rijen neerleggen op plankiers, waar ze door blanke hospitaalsoldaten werden geïdentificeerd en geregistreerd. Vervolgens verpakten de negers de lijken in matras-overtrekken van stevig wit linnen en droegen hen naar de graven.
Eén van de mannen had een weinig benijdenswaardige job: hij moest de lijken ontdoen van handgranaten en andere munitie die zij nog bij zich droegen. Hij moest vooral op zijn hoede zijn voor booby-traps. In de frontlinies waren herhaaldelijk Amerikanen gesneuveld bij het bergen van hun dode kameraden, die door de Duitsers verraderlijk ondermijnd waren, meestal via op scherp gestelde handgranaten die onder de lijken of in de oksels verstopt waren. Het wapentuig van Amerikaanse makelij ging naar een verzameltent in het dorp, maar alle Duitse munitie droeg hij naar een explosievenkuil en bracht die daar tot ontploffing.
De lichamen arriveerden vaak met honderden tegelijk per dag. Daaronder waren ook tal van Duitse lijken, vaak afschuwelijk verminkt. Vooral na een tankslag stonden de mannen voor een hopeloze taak. De stoffelijke overschotten die zij dan aantroffen waren totaal verkoolde pikzwarte poppetjes, vaak niet groter dan 90 cm. Het aantal onbekende soldaten steeg daardoor aanzienlijk…

De bronzen deuren hebben een reliëf van “de boom des levens” De zilveren bloemenschaal op het altaar en de smeedijzeren kandelaar zijn eveneens geschenken van het Nederlandse volk. Het eiken altaar bevat de inscriptie: HONOR*FAITH*VALOR.

 

In totaal kwamen die maanden, min of meer per vergissing, enkele duizenden gesneuvelden in Margraten terecht die werden geïdentificeerd als soldaten van de Wehrmacht. Zij werden begraven op een apart gedeelte van het kerkhof en zijn later overgebracht naar de Duitse militaire begraafplaats te IJsselstein.
Op 10 november werd de eerste soldaat begraven in rij 1, graf 1, vak A. na hem volgden nog19.000 anderen. Ze werden elke dag ter aarde besteld met een kleine plechtigheid, waarbij steeds een Amerikaanse legergeestelijke aanwezig was, die de graven zegende en een gebed uitsprak. Bovendien werd elke werkdag ‘s avonds besloten met een militaire ceremonie waarbij de vlag werd gestreken terwijl een hoornblazer de ‘Last Post’ blies en een erewacht saluutschoten afvuurde.
In november 1944 regende het vrijwel constant, zes weken lang. Graven was nauwelijks nog mogelijk want de grond bleef in dikke klodders plakken aan de schoppen en de laarzen. De kuilen liepen al onder water nog vóór ze uitgeschacht waren. Een gemiddelde productie van één bruikbaar graf per dag was eigenlijk al een hele prestatie.
Omdat er dringend behoefte was aan een behoorlijke weg op het kerkhof, werd de genie opgetrommeld, die dat karwei in twee dagen zou klaren. Helaas, de neergutsende regen had de aarde veranderd in een zompige, zuigende brij, die geen enkel houvast bood. In plaats van twee dagen zouden zij nu twee maanden moeten ploeteren en zwoegen. Het zware materieel zonk steeds dieper weg in de blubber.

 

Er werd een ondergrond van kiezel gemaakt, maar die dreef weg in het slijk. Toen liet men wagonladingen rotsstenen aanrukken en tenslotte zelfs palen, maar de ene laag na de andere zakte weg. Uiteindelijk werden uit het verwoeste Hürtgenwald hele boomstammen aangevoerd waarvan een knuppelweg werd gemaakt, die bleek te houden. De zaak werd daarop verstevigd met kiezel en stenen die uit de puinhopen van Aken werden gehaald.
Na de kletsnatte herfst viel de winter in. Het werd ijzig koud en de grond op het kerkhof, die eerst onhandelbaar was van de regen, werd nu door de vorst zo hard als beton. De graven moesten met pikhouwelen als het ware centimeter voor centimeter worden uitgebeiteld. Later – wanneer de doden op hun plaats lagen – moesten de onbedekte hopen aarde weer klonter voor klonter worden losgehakt, want die waren inmiddels tot een vaste massa aaneengevroren.
Daar kwam nog bij dat eind december, begin januari het Amerikaanse dodencijfer als gevolg van het Ardennenoffensief met sprongen omhoog ging. Op het kerkhof van het Eerste Leger in Henri-Chapelle waren toen al meer dan 15.000 man begraven, zodat Margraten opnieuw een toevloed van gesneuvelden te verwerken kreeg. Een nieuwe compagnie rukte aan om nieuwe vakken aan te leggen voor de vele duizenden doden. Tenslotte kwam de sneeuw en na de sneeuw werd het klimaat wat milder. Dat was wel hard nodig ook, want opnieuw werd Margraten geconfronteerd met een golf van gesneuvelden. De grote aanval op de Rijn in Duitsland had de Amerikanen zware verliezen gekost en twee dagen nadat het Negende Leger over de rivier was getrokken, arriveerden in Zuid-Limburg bijna duizend doden. Die moesten op korte termijn begraven worden, maar kapitein Shomon kreeg daar geen extra mankracht voor. In de week voor Pasen wendde hij zich in arren moede tot burgemeester Ronckers van Margraten met de vraag of die geen mannen met schoppen kon mobiliseren. Huis aan huis werden vrijwilligers gevraagd en iedereen liet meteen vallen waar hij mee bezig was en ging aan het werk op het kerkhof.

Medewerkers op de begraafplaats in Margraten, van de Amerikaanse nationaliteit brengen een eregroet voor de ingang van het ereplein…

Twee dagen later waren niet alleen duizend doden begraven, maar hadden de Amerikanen ook nog zoveel vers gedolven graven in voorraad dat ze weer op hun normale tempo konden doorwerken. De graven moesten volgens voorschrift anderhalve meter diep, 60 centimeter breed en 1 meter 95 lang zijn. Sommige mannen hadden er een wedstrijd van gemaakt wie het snelst op diepte was. Maar het record hield een geroutineerde negersoldaat, die per graf maar 55 minuten nodig had.
Het was trouwens de eerste keer dat burgers werden toegelaten op het kerkhof. Dat was tot dan toe strikt verboden terrein geweest.

Op 30 mei 1945, drie weken na de capitulatie van Duitsland, toen het kerkhof met ruim 17.000 graven bijna zijn topcapaciteit had bereikt, vond de eerste Memorial Day-herdenking plaats. Bij die gelegenheid kregen de Amerikanen een eerste idee van het enorme medeleven onder de Limburgse bevolking. Dankzij het burgercomité van Margraten was de begraafplaats bedolven onder een zee van bloemen. De dag tevoren waren 20 trucks door zestig Limburgse dorpen gereden om boeketten in te zamelen die door mensen waren geplukt of gekocht. Bijna 200 mannen, vrouwen en kinderen werkten de hele nacht door om kransen te plaatsen en de graven te versieren.
Het kerkhof werd nu plechtig in gebruik genomen, maar het zou nog een jaar of tien duren voor de doden definitief rust kregen. Ze werden nog tweemaal opgegraven. De eerste keer om de lichamen te reinigen tot blanke skeletten – wat er verder over was werd verbrand in een crematie-oven. Honderd gulden per dag verdienden de burgers die de Amerikanen destijds hielpen bij dit lugubere werk. Zij hulden de schoongemaakte overblijfselen in dekens en lakens en legden die in stalen kisten met gebronsd binnenwerk, bekleed met zijde. De kistdeksels werden vervolgens elektrisch dichtgelast. Dat was op het eind van de jaren veertig.

Een week voor de komst van de Amerikaanse president Bush en de aanvang van memorial day, is het nog betrekkelijk rustig op de begraafplaats. In Margraten worden op zondag 8 mei zo’n 10.000 bezoekers verwacht. Diverse materialen en benodigdheden voor deze megaherdenking zijn reeds aangevoerd en opgeslagen voor de ingang van de kapel bij de toren.

 

Tenslotte, toen bijna elfduizend gesneuvelden waren verscheept naar Amerika, verplaatste men de overgeblevenen in de jaren vijftig nog eens. Dat was toen het kerkhof zijn huidige vorm kreeg en alle kruisen stevig verankerd werden op grote waaiervormige betonfunderingen die aaneengesloten onder het gras doorlopen.
Op 1 juni 1945, na langer dan negen maanden in Margraten te zijn geweest, vertrokken de soldaten. Toen de mannen een laatste blik wierpen op het terrein waar zij in de meest afschuwelijke omstandigheden hun ruggen krom gewerkt hadden, ontdekten zij dat hier en daar tussen de kruisen alweer bloemen opschoten. Niemand had ze geplant. Ze waren spontaan gekomen. Wilde klaprozen, zo rood als het bloed dat in de voorbijgaande maanden de Limburgse grond had gekleurd.

Verantwoording: samenvatting van een artikel uit “D-Day in Zuid-Limburg. De bevrijding van uur tot uur, van plaats tot plaats”, samenstellers Jan Hendriks en Hans Koenen, uitg. Uitgeversmaatschappij De Limburger B.V., 1994.

Back To Top